|
Cannelloni: grote ronde
en holle vormen, die gevuld worden.
Farfalle: pasta in de vorm
van strikjes of vlindertjes.
Fettuccine: een platte, lintvormige
noedel. Gewoonlijk opgerold in nestjes verkocht onder de
naam fettuccine a nidi. Fettucine is het Romeinse equivalent
van tagliatelle.
Lasagne: platte vellen pasta
die gebruikt worden om te bakken met bijvoorbeeld een vulling
van vlees, groenten of kaas. In verschillende grootten,
breedten en soms met geribbelde randjes verkrijgbaar.
Linquine: heel smalle, lintachtige
noedel.
Macaroni: de Italiaanse maccheroni
is gewoonlijk even lang als spaghetti, maar veel dikker
en hol. In Nederland heb je de elleboogjesmacaroni.
Paglia e fieno: platte lintvormige
noedels, hetzelfde als tagliatelle, maar 'opgevouwen' in
de handel. Zowel de naturel pasta als de groene (met spinazie)
zijn overal verkrijgbaar.
Papardelle: lintpasta van
3-4 cm breed.
Penne: korte holle buisjes
met schuin aflopende uiteinden. Penne rigate is een geribbelde
soort; Pennine een dunnere.
Ravioli: vierkante of ronde
deegkussentjes met een vari�rende vulling.
Spaghetti: lange, dunne slierten,
waarvan de dikte van streek tot streek kan verschillen.
De naam is afgeleid van het Italiaanse woord spago, dat
snaar betekent.
Tagliatelle: de meest gebruikelijke
vorm van de platte lintnoedel. Tortellini: kleine gevulde
pasta gemaakt van deegrondjes.
|